In de Sporttest worden de volgende vitaminen gemeten: Vitamine B1, B6, B12 en D.

Vitaminen

Het lichaam kan zelf geen vitaminen maken, met uitzondering van vitamine D, maar dat is niet voor iedereen, en onder alle omstandigheden voldoende. Er zijn 13 stoffen die de naam vitamine hebben.

Vitaminen zijn stoffen die in kleine hoeveelheden voorkomen in eten en drinken. Ze leveren geen energie.

Vitaminen krijg je in kleine hoeveelheden binnen via eten. Dat kan variëren van enkele microgrammen tot tientallen milligrammen. Het lichaam kan zelf geen vitaminen maken, behalve kleine hoeveelheden vitamine K in de darm.

Ook kan het lichaam bepaalde voorlopers van vitaminen uit de voeding omzetten, zoals de provitamine A carotenoïden en provitamine D in respectievelijk vitamine A en D.In geval van vitamine D gebeurt dat in de huid onder invloed van zonlicht. Deze hoeveelheden zijn echter niet voor iedereen, en onder alle omstandigheden voldoende.

Indeling

Er zijn 13 stoffen die de naam vitamine hebben. Dat zijn de vitaminen A, C, D, E, K en 8 soorten vitamine B, namelijk: B1 (thiamine), B2 ( riboflavine), B3 ( niacine), B5 ( pantotheenzuur), B6, B8 ( biotine), foliumzuur (B11) en B12.

De vitaminen A, D, E en K zijn vet oplosbaar; alle andere vitaminen zijn wateroplosbaar.

De vet oplosbare vitaminen komen vooral voor in voedingsvetten. Het lichaam kan deze vitaminen in beperkte mate opslaan, alleen van vitamine A kan het lichaam een grote voorraad aanleggen in de lever. Deze vitaminen worden uitgescheiden via de urine of de gal.

Vitaminen die in water oplosbaar zijn, kan het lichaam niet of nauwelijks opslaan, met uitzondering van vitamine B12. Een teveel aan deze vitaminen verlaat het lichaam via de urine. Daardoor komt het bijna nooit voor dat je teveel van deze vitaminen binnenkrijgt.

Oorsprong naam vitaminen

De vitaminen zijn in het begin van de 20ste eeuw ontdekt door de Poolse biochemicus Casimir Funk. Hij kwam erachter dat sommige stoffen die stikstof bevatten onmisbaar zijn om ziekten te voorkomen. Hij noemde deze stoffen vitaminen, een combinatie van het Latijnse vita dat leven betekent, en amine voor het aanduiden van een stikstof bevattende stof. Later werd bekend dat niet alle vitaminen stikstof bevatten, maar toen was de naamgeving al ingeburgerd.


Vitamine B1

Vitamine B1 of thiamine is onmisbaar voor de energievoorziening van het lichaam. Het is als coenzym betrokken bij enzymreacties die de energie uit koolhydraten (suikers) vrijmaken. Vitamine B1 is daarnaast nodig voor een goede werking van de hartspier en het zenuwstelsel.

Vitamine B1 komt veel voor in brood en graanproducten, aardappelen, groente, vlees en vleeswaren, melk en melkproducten.

Tekort

Bij een tekort aan vitamine B1 kunnen psychische afwijkingen ontstaan, zoals depressie, concentratieproblemen en geheugenverlies, gevoelloosheid in de benen, hartklachten en spierverlamming (beriberi). Beriberi is een zenuwaandoening en komt in de westerse wereld niet meer voor.

Vitamine B6

Vitamine B6 is belangrijk voor de stofwisseling, vooral voor de afbraak en opbouw van aminozuren. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten. Vitamine B6 reguleert de werking van bepaalde hormonen en is nodig voor de groei, de bloedaanmaak en een goede werking van het immuunsysteem en het zenuwstelsel. 

Vitamine B6 zit in vlees, eieren, vis, brood en graanproducten, aardappelen, peulvruchten, groente, melk, melkproducten en kaas.

Te weinig vitamine B6

Langdurig ernstige tekorten kunnen leiden tot bloedarmoede, zenuwaandoeningen en een verminderde weerstand. Bij pasgeboren baby's kan een tekort leiden tot stuipen. In Nederland komt een tekort aan vitamine B6 nauwelijks voor. 

Te veel vitamine B6

Bij langdurig dagelijks gebruik van supplementen met meer dan 21 milligram vitamine B6 kan perifere neuropathie ontstaan. Dit is een aandoening aan het zenuwstelsel, waardoor gevoelloosheid, tintelingen of ernstige zenuwpijn in de handen en voeten kan ontstaan.

Vitamine D

Vitamine D is nodig om calcium uit de voeding in het lichaam op te nemen. Het is daarom belangrijk voor de groei en het behoud van stevige botten en tanden. Daarnaast speelt vitamine D een rol bij een goede werking van de spieren en het immuunsysteem.

Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan onder invloed van zonlicht in de huid vitamine D zelf aanmaken. Vitamine D zit ook in eten: vooral in vette vis, en met wat lagere gehaltes in vlees en eieren. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten. 

Productie

Vitamine D is een vetoplosbare vitamine. Vitamine D is een van de weinige vitamines die het lichaam zelf kan maken. Onder invloed van zonlicht wordt in de huid vitamine D gevormd. Daarnaast levert de voeding vitamine D.

Vitamine D2 en vitamine D3 in de voeding

Vitamine D komt in de voeding voor in 2 vormen: ergocalciferol (vitamine D2) en cholecalciferol (vitamine D3).

Beide vormen worden gevormd onder invloed van ultraviolette straling (uv-straling). Deze straling is onderdeel van zonlicht. Vitamine D2 wordt gevormd in bepaalde paddenstoelen en schimmels en vitamine D3 in de huid van mens en dier. Daarom komt vitamine D3 van nature voor in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong.

In supplementen en verrijkte voedingsmiddelen wordt zowel vitamine D2 als vitamine D3 gebruikt. Beide vormen zijn actief, dus doen hun werk in ons lichaam. Vitamine D3 heeft wel een iets sterkere werking dan vitamine D2. 

Opname van vitamine D

Vitamine D wordt in de darm het best opgenomen als er ook vet of olie aanwezig is. De gemiddelde opname van vitamine D uit de voeding wordt geschat op 80%. Het lichaam kan vitamine D opslaan in vetweefsel en organen, zoals de lever.  

Vitamine D in het lichaam 

In de lever wordt vitamine D omgezet in 25-hydroxyvitamine D. Deze vorm is niet actief in het lichaam maar het gehalte in het bloed is geschikt om vast te stellen of de hoeveelheid vitamine D in het lichaam voldoende is. In de nieren wordt 25-hydroxyvitamine D vervolgens omgezet in 1,25-dihydroxyvitamine D. Dit is de actieve vorm van vitamine D.

Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten en tanden. Het zorgt ervoor dat calcium en fosfor uit eten goed worden opgenomen en worden vastgelegd in de botten en tanden tijdens de groei. Daarnaast is vitamine D nodig om botontkalking zoveel mogelijk te beperken, en daarmee het risico van osteoporose op latere leeftijd te verminderen. Vitamine D speelt ook een belangrijke rol bij het in stand houden van een goede spierfunctie. 

Verder is vitamine D van belang is voor een goede werking van het immuunsysteem. Maar het is nog onvoldoende aangetoond dat een vitamine D-supplement het risico op infecties, zoals verkoudheid vermindert. 

Te weinig vitamine D 

Een tekort aan vitamine D kan bij jonge kinderen rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken. Deze ziekte zorgt voor afwijkingen aan het skelet. Bij volwassenen en ouderen kan door een vitamine D-tekort op den duur botontkalking of osteoporose en/of spierzwakte optreden.

Te veel vitamine D 

Een te hoge vitamine D inname kan alleen voorkomen als gevolg van langdurig te veel supplementen gebruiken. Bij langdurig gebruik van hoge doseringen boven de aanvaardbare bovengrens (zie voedingsadvies hieronder) kunnen kalkafzettingen in het lichaam ontstaan. Met een normale voeding en het opvolgen van het advies voor inname speelt dit niet. Ook langdurige blootstelling aan zonlicht geeft geen risico op een teveel aan vitamine D. De huid regelt dan namelijk de aanmaak. In de praktijk komt een overdosis bij gezonde mensen zelden voor.